nlenfrde

Bijlage 4 van het eind rapport Expertteam Ouderverstoting.  Vanaf pagina 134

 

Rapport Kalmijn 

 

Onderzoeksmemo ten behoeve van Expertteam Ouderverstoting

 

Echtscheiding en contactverlies tussen ouder en kind 

Matthijs Kalmijn1, 16 November 2020 

 

 

Opmerkelijk:

 

Opvallend is dat een significant groter deel van de kinderen die het contact met de vader hebben verloren het de vader kwalijk heeft genomen dat de ouders zijn gescheiden.

 

Kinderen die het contact met de vader hebben verloren, zeggen vaker dat de moeder het contact heeft belemmerd; obstructie door de moeder lijkt derhalve een (deel)oorzaak van contactverlies, althans in de optiek van het kind.

 

Kinderen die geen contact meer hebben met de vader zeggen ook vaker dat de moeder contacten met de vader vermeed. 

 

Moeders van kinderen die het con­ tact hebben verloren praten in het grootste deel niet meer over de vader. In ongeveer een op de vijf gevallen wordt er negatief gepraat over de vader.

 

Kinderen van gescheiden ouders voelen zich vaker eenzaam als zij geen contact meer hebben met de vader dan als zij nog wel contact hebben met de vader.

 

Aan kinderen die geen contact meer hebben is gevraagd hiervoor de belangrijkste reden aan te geven. Mogelijke redenen werden vooraf gepresenteerd. Er is redelijk veel heterogeniteit in deze redenen. De meest voorkomende reden is dat het kind de ouder niet meer wil zien. In nogal wat gevallen zeggen respondenten dat er geen speciale reden was (‘het is zo gelopen’) of dat men uit elkaar is gegroeid (samen 18%). Ruzie wordt ook genoemd maar minder vaak dan men misschien zou verwachten. Wel kan ruzie een rol spelen onder kinderen die hun vader niet meer willen zien. Bij moeders zijn de aantallen anders. Als er geen contact meer is met de gescheiden moeder zegt de helft van de kinderen de moeder niet meer te willen zien, bij vaders was dat 36%.

Dit wetende zou ik, als het belangrijk genoeg voor mij zou zijn, gewoon rechtstreeks contact maken met mijn puber + kind.

Zeker als het kind volwassen is (18 jaar en ouder).

 

Ik hoor van zoveel 'kinderen' terug dat zij de drempel om contact te zoeken te hoog vinden (durven niet, schamen zich voor de beschuldigingen, voelen zich schuldig in de afwijzing, angst om afgewezen te worden! etc).

Deze 'kinderen' zijn stuk voor stuk heel blij met de handreiking van de (te) verstoten ouder.

DUS MAAK ALS EERSTE HET CONTACT

 

Onderstaand het gehele rapport, zonder de tabellen.

 

Deze informatie is ook zeer bruikbaar voor ouders die zich moeten verweren tegen uitbanning op basis van zelfverzonnen klemcriteria:

Niet 1 kind wil kiezen, beide ouders zijn even belangrijk!

 

 

Bijlage 4 

Rapport Kalmijn 

Onderzoeksmemo ten behoeve van Expertteam Ouderverstoting Echtscheiding en contactverlies tussen ouder en kind 

Matthijs Kalmijn1, 16 November 2020 

Introductie 

In deze memo doe ik op verzoek van het Expertteam Ouderverstoting verslag van nadere analyses op het OKiN survey. Het OKiN survey is een in samenwerking met het CBS uitgevoerd onderzoek onder volwassen personen van 25­45 jaar en hun ouders en eventuele stiefouders. Bijzonder is dat er via de bevolkingsregisters een systematische oververtegen­ woordiging geselecteerd is van kinderen die zijn opgegroeid in gescheiden gezinnen. Ook de (gescheiden) ouders zijn met vragenlijsten benaderd alsmede hun eventuele nieuwe partners. Het betreft hier een grootschalig kwantitatief socio­ logisch onderzoek waarin respondenten zijn bevraagd met behulp van gestructureerde vragenlijsten. 

Het onderzoek is mede mogelijk gemaakt door financiering vanuit het wetenschappelijk onderzoeksprogramma Family Complexity.2 Details van het onderzoek zijn beschreven in Kalmijn et al. (Kalmijn et al., 2018). Het OKiN bouwt voort op eerdere publicaties over ouder­kind relaties en echtscheiding (Kalmijn, 2014, 2015a, 2015b, 2016a, 2016b; Kalmijn & De Graaf, 2000). 

In de huidige analyses is gekeken naar kinderen van 25­45 die voor hun 18e de scheiding van hun ouders hebben meegemaakt en waarvan de ouders nog in leven zijn (op
het moment van ondervraging). Contactverlies wordt bepaald aan de hand van vragen over feitelijke contacten. Alle analyses gaan over gescheiden gezinnen, behalve tabel 1 waarin een vergelijking gemaakt wordt met kinderen wiens ouders niet in de jeugd zijn gescheiden. 

In deze memo licht ik de tabellen kort toe en trek de belang­ rijkste conclusies uit elke tabel.
De rapportage is vooral feitelijk, theoretische interpretaties vallen buiten het bestek van de opdracht. 

Aan het slot van de memo worden nog een aantal andere vragen vanuit het expertteam beantwoord die geen analyse behoeven. 

1. Matthijs Kalmijn is hoogleraar sociale demografie aan het NIDI (Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut). Zie ook www.matthijskalmijn.nl
2. Gesubsidieerd door de European Research Council binnen het Horizon 2020 

Bevindingen 

Op de volgende pagina’s 13 tabellen, inclusief toelichting van de bevindingen. 

Tot slot 

Tot slot is nog gekeken naar contactverlies bij de gescheiden moeder zelf, een kleinere groep maar desalniettemin interes­ sant. Net als bij vaders zien we hier een sterk verband. Al met al zien we dat contactverlies met kinderen na scheiding is geassocieerd met sterkere gevoelens van eenzaamheid met name onder ouders en minder onder kinderen. 

Overige vragen 

De studies van Baker et al. in de VS en in Italië zijn inter­ essante psychologische studies die eveneens duidelijke verbanden laten zien tussen scheiding en aspecten van ouderverstoting. Een verschil met het OKiN is dat deze studies niet gebaseerd zijn op representatieve steekproeven. Voor het blootleggen van allerlei mechanismen is dat niet noodzakelijk een probleem. Voor het meten van prevalentie is dat mogelijk wel het geval, ook gezien de hogere preva­ lentie van contactverlies die ik aantrof bij lager opgeleide ouders. 

program [ERC grant agreement no. 669334]. Zie ook www.familycomplexity.eu. 

 

pastedGraphic.png

Tabel 1: Aan kinderen is gevraagd of zij in de laatste 12 maanden contact hebben gehad (face­to­face of telefonisch) met de biologische vader en biologische moeder. Als er in
12 maanden geen enkel contact was, spreek ik in deze memo over contactverlies.
Bij kinderen van gehuwde ouders is er bijna niemand die het contact met de vader of moeder heeft verloren. Bij kinderen van gescheiden ouders heeft 16% geen contact met de vader en kent nog eens 7% de vader niet (meer). Bij gescheiden moeders zijn deze percentages veel lager maar nog wel hoger dan bij gehuwde moeders. In de rest van de analyses worden kinderen die hun vader (helemaal) niet (meer) kennen weg­ gelaten. 

 

 

Tabel 2: Aan kinderen die geen contact meer hebben is gevraagd hiervoor de belangrijkste reden aan te geven. Mogelijke redenen werden vooraf gepresenteerd. Er is redelijk veel heterogeniteit in deze redenen. De meest voorkomende reden is dat het kind de ouder niet meer wil zien. In nogal wat gevallen zeggen respondenten dat er geen speciale reden was (‘het is zo gelopen’) of dat men uit elkaar is gegroeid (samen 18%). Ruzie wordt ook genoemd maar minder vaak dan men misschien zou verwachten. Wel kan ruzie een rol spelen onder kinderen die hun vader niet meer willen zien. Bij moeders zijn de aantallen anders. Als er geen contact meer is met de gescheiden moeder zegt de helft van de kinderen de moeder niet meer te willen zien, bij vaders was dat 36%. 

 

Tabel 3: Er is gekeken of er een verband is tussen contact­ verlies en demografische kenmerken van het kind. Er is
een sterk verband met opleidingsniveau: lager opgeleide kinderen hebben vaker het contact verloren dan hoger opgeleide kinderen. Er is geen samenhang met geslacht. Leeftijdsverschillen zijn er wel: oudere (volwassen) kinderen hebben vaker het contact verloren (20% contactverlies bij kinderen 35­45 jaar). Hier ziet men een cohorteffect terug: in oudere cohorten was de betrokkenheid van de vader na scheiding geringer, en dat vertaalde zich waarschijnlijk in een groter risico op contactverlies. 

Tabel 4: In deze tabel wordt gekeken of er een verband is tussen contact­ verlies en kenmerken van het huwelijk van de ouders en kenmerken van de gescheiden vader. In alle gevallen 

zijn er sterke verbanden zichtbaar. Contactverlies komt meer voor als
(a) de scheiding vroeger plaatsvond
in het leven van het kind, (b) er veel ruzie tussen ouders was tijdens het huwelijk en na de scheiding, en (c) de taakverdeling tussen vader en moeder traditioneel was (in de zin dat vooral de moeder de huishoudelijke taken op zich nam). Het sterkste verband is zichtbaar bij het contact met de vader direct na scheiding. Als de vader het kind weinig zag (minder dan maande­ lijks) in het eerste jaar na scheiding is het risico op contactverlies later (als het kind 25­45 jaar oud is) zelfs 36%. Tevens zijn problemen die bij de vader spelen van belang, met name alcohol­ gebruik, verslavingsproblematiek, en psychische problemen, dit zijn signifi­ cante risicofactoren voor contactver­ lies. Dit wil andersom niet zeggen dat de meeste vaders die hun kinderen niet meer zien deze problemen heb­ ben, het overgrote deel van de vaders die hun kinderen niet meer zien heeft deze problemen niet.3 

3. Omdat er gebruik is gemaakt van retrospectieve vragen zijn de metingen van problemen in de jeugd relatief eenvoudig en concreet. Retrospectieve data zijn redelijk valide bevonden zolang deze gaan over relatief concrete en eenvoudige zaken

(De Vries, 2006; Hardt & Rutter, 2004). 

 

Tabel 5: In deze tabel worden dezelfde analyses gepresenteerd, ditmaal voor het contactverlies met de gescheiden moeder. De aantallen zijn hier kleiner omdat er niet erg veel kinderen zijn die het contact met de moeder hebben verloren (5%). Een aantal verbanden zijn echter hetzelfde als bij het contact­ verlies met de vader. Moeders verlie­ zen vaker het contact als er ruzie was tussen vader en moeder en als de moeder probleemgedrag of psychische problemen vertoonde in de jeugd. 

pastedGraphic_1.png

Tabel 6: In het onderzoek is aan kinderen gevraagd hoe de relatie tussen de gescheiden ouders op het moment van het onderzoek functioneert, dus lang na de scheiding. In deze tabel is dit uitgesplitst voor kinderen die hun vader niet meer zien en kinderen die hun vader wel zien. In lijn met de verwachtingen, is er bij het overgrote deel van de kinderen met contactverlies ook geen contact meer tussen de vader
en de moeder. Belangrijker is dat meer dan de helft van de kinderen met contactverlies deze relatie nog wel betiteld als ‘slecht’. Er is derhalve geen sprake van een verschuiving in de richting van neutrale relaties tussen de ex­partners. Bij de gescheiden ouders waar er nog wel contact is tussen vader en kind, is de relatie tussen de ex­partners beduidend veel vaker neutraal of zelfs goed. 

 

Tabel 7: In deze analyse is nagegaan of kinderen de scheiding anders hebben beleefd als het contact met de vader is verloren. Opvallend is dat een significant groter deel van de kinderen die het contact met de vader hebben verloren het de vader kwalijk heeft genomen dat de ouders zijn gescheiden. Hierin schuilt mogelijk een belangrijke oorzaak van een deel van het contactverlies, zeker in combinatie met de bevinding 

uit tabel 2 dat een flinke groep kinderen zegt de vader niet meer te willen zien. Het is verder niet zo dat kinderen met contactverlies zeggen meer moeite te hebben gehad met de scheiding dan kinderen zonder contactverlies. 

Tabel 8: Aan kinderen is gevraagd naar de rol van de moeder bij de relatie(s) tussen vader, kind, en moeder. Er zijn hier significante verbanden te zien. Kinderen die het contact met de vader hebben verloren, zeggen vaker dat de moeder het contact heeft belemmerd; obstructie door de moeder lijkt derhalve een (deel)oorzaak van contactverlies, althans in de optiek van het kind. Kinderen die geen contact meer hebben met de vader zeggen ook vaker dat de moeder contacten 

met de vader vermeed. Moeders van kinderen die het con­ tact hebben verloren praten in het grootste deel niet meer over de vader. In ongeveer een op de vijf gevallen wordt er negatief gepraat over de vader. Dit is vergelijkbaar met de gezinnen waarin er geen contactverlies met de vader was. Het verschil is vooral aanwezig bij het praten in neutrale of positieve zin over de ex: dit doet ongeveer de helft van de moeders als de vader nog wel contact heeft met het kind, tegenover 14% van de moeders als de vader geen contact meer heeft. 

Tabel 9: In deze analyse is op verschillende manieren nagegaan of kinderen meer conflicterende loyaliteiten ervaren (‘tussen de ouders in zitten’) als zijn geen contact meer hebben met de vader. Er is echter in geen van de gevallen een significant verband tussen contact met de vader en rapportages van conflicterende loyaliteiten. 

 

Tabel 10: De gescheiden vaders zijn eveneens ondervraagd. Hun antwoorden worden hier zelfstandig geanalyseerd,
dat wil zeggen, niet gekoppeld aan de antwoorden van de kinderen. Vaders is gevraagd over 2 kinderen te rapporteren. Bij de gescheiden vaders met 2 kinderen, heeft 18% het contact verloren met 1 kind en nog eens 11% het contact verloren met beide kinderen. Van de gescheiden vaders met 1 kind heeft 22% het contact verloren. Deze aantallen lijken wat hoger dan bij de kinderen. Mogelijk speelt hier mee dat er bij de kinderen een groep is die de vader niet kent; deze situaties worden door de vader waarschijnlijk gerapporteerd als ‘geen contact meer’ terwijl ze in de analyses van de kinderen buiten beschouwing zijn gelaten. 

 

Tabel 11: Het contactverlies van de vader met de kinderen
is hier afgezet tegen enkele kenmerken van de vader. Er is een scherpe opleidingsgradient te zien. Van vaders met een universitaire opleiding heeft 18% het contact met een of meer kinderen verloren, bij vaders met een lagere beroeps­ opleiding is dat 36%. Dit verband wordt mogelijk ietwat overschat door cohorteffecten, maar is desalniettemin sterk te noemen. De verbanden met psychische problemen en alcoholgebruik zijn hier ook weer terug te vinden hoewel deze zwakker zijn dan ze waren bij de rapportage van de kinderen. Het is mogelijk dat selectieve nonrespons bij vaders hier een rol speelt (bijvoorbeeld, vaders met ver­ slavingsproblemen zijn wellicht ondervertegenwoordigd
in het onderzoek onder vaders). 

 

Tabel 12: Aan vaders is gevraagd terug te kijken op de schei­ ding. In deze tabel is dit uitgesplitst naar het wel of niet meer hebben van contact met de kinderen. In deze analyse zijn
er zeer sterke verbanden te zien met contactverlies. Van de vaders met contactverlies geeft 63% aan dat het contact 

door de scheiding is verwaterd (13% bij de gescheiden vaders zonder contactverlies). Meer dan tweederde van de gescheiden vaders met contactverlies zegt dat de ex­partner het contact heeft belemmerd; dit is lager – maar nog steeds hoog – bij gescheiden vaders zonder contactverlies. 

Veel gescheiden vaders geven aan hun kinderen erg te hebben gemist na de scheiding, bij vaders die het contact hebben verloren is dat zelfs 78%. In de helft van de gevallen is er ook ruzie geweest over de kinderen als het contact is verloren. Opvallend is wel dat de mogelijke rol van obstructie door de moeder zwaarder lijkt als de vader hierover wordt gevraagd dan als het kind hierover wordt gevraagd (vergelijk tabel 12 en tabel 8). Het is goed mogelijk dat kinderen en vaders een andere perceptie hebben ten aanzien van het probleem van contactverlies. 

Tabel 13: Zowel vaders, moeders, als kinderen is gevraagd naar hun sociaal welbevinden. Dit is gemeten met de gevalideerde eenzaamheidsschaal van Jenny Gierveld (De Jong Gierveld & Van Tilburg, 2006). Ik heb een indeling in 4 groepen gemaakt die gelabeld zijn als niet eenzaam, matig eenzaam, eenzaam, en zeer eenzaam. Deze categorieën zijn in de tabel gedefinieerd; de labels hebben geen klinische betekenis. We zien significante verbanden bij het kind. Kinderen van gescheiden ouders voelen zich vaker eenzaam als zij geen contact meer hebben met de vader dan als zij nog wel contact hebben met de vader. Nadere analyses laten zien dat deze verschillen voor een groot deel te wijten zijn aan het onderliggende ouderconflict dat zij als kind hebben ervaren. Bij vaders is het verband duidelijk sterker. Van vaders die geen contact meer hebben met het kind is 25% te classifi­ ceren als ‘eenzaam’ en 19% als ‘zeer eenzaam’ (bij andere gescheiden vaders is dat 19% en 9%). Deze verschillen zijn groot en kunnen niet worden verklaard door conflicten met de ex­partner. Ook moeders is gevraagd naar hun eenzaam­ heidsgevoelens. In de tabel wordt dit eerst afgezet tegen de vraag of de vader het kind niet meer ziet. Er is een licht verband te zien, met andere woorden, ook de ex­partners van de contactverliezende vader voelen zich eenzamer vergeleken met de ex­partners van andere vaders. 

1 

Referenties 

De Jong Gierveld, J., & Van Tilburg, T. G. (2006). A 6­item scale for overall, emotional, and social loneliness: Confirmatory tests on survey data. Research on Aging, 28, 582­598 

De Vries, J. (2006). Measurement error in family background variables: the bias in the intergenerational transmis­ sion of status, cultural consumption, party preference, and religiosity. (Ph. D.), Nijmegen University, Nijmegen. 

Hardt, J., & Rutter, M. (2004). Validity of adult retrospective reports of adverse childhood experiences: review of the evidence. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 45(2), 260­273. doi:10.1111/j.1469­7610.2004.00218.x 

Kalmijn, M. (2014). Adult intergenerational relationships. In J. Treas, J. Scott, & M. Richards (Eds.), The Wiley­ Blackwell Companion to the Sociology of Families (pp. 385­403). Hoboken: Wiley­Blackwell. 

Kalmijn, M. (2015a). Father­Child Relations after Divorce in Four European Countries: Patterns and Determinants. Comparative Population Studies, 40(3), 251­276. doi:10.12765/CPoS­2015­10en. 

Kalmijn, M. (2015b). Relationships Between Fathers and Adult Children: The Cumulative Effects of Divorce and Repartnering. Journal of Family Issues, 36(6), 737­759. doi:10.1177/0192513x13495398 

Kalmijn, M. (2016a). Children’s Divorce and Parent­Child Contact: A Within­Family Analysis of Older European Parents. Journals of Gerontology Series B­Psycho­ logical Sciences and Social Sciences, 71(2), 332­343. doi:10.1093/geronb/gbu141 

Kalmijn, M. (2016b). Father­Child Contact, Interparental Conflict, and Depressive Symptoms among Children of Divorced Parents. European Sociological Review, 32(1), 68­80. doi:10.1093/esr/jcv095 

Kalmijn, M., & De Graaf, P. M. (2000). Gescheiden vaders en hun kinderen: Een empirische analyse van voogdij en bezoekfrequentie. Bevolking & Gezin, 2, 59­84. 

Kalmijn, M., Ivanova, K., van Gaalen, R., de Leeuw, S. G.,
van Houdt, K., van Spijker, F., & Hornstra, M. (2018). A Multi­Actor Study of Adult Children and Their Parents in 6 Complex Families: Design and Content of the OKiN Survey. European Sociological Review, 34(4), 452­470. doi:10.1093/esr/jcy016